Voor opa Hans (79) was Groningen al ver weg, nu neemt zijn hockeyende kleindochter in VS soms vliegtuig voor uitwedstrijden

min. lezen
website header 1076x715-1

Is het wanhopig zoeken naar een studentenkamer van alle tijden? Bestond studiekeuzestress ook in de jaren 60? En hoe keken en kijken ouders naar studerende kinderen? Drie generaties (ex-)studenten (opa Hans van de Sanden, dochter Cathelijne en kleindochter Marlijn) over weerbaarheid, de kunst van het loslaten en grenzeloze studieavonturen.

Hij deed in 1965 eindexamen, belandde vanuit het veilige Zuid-Limburg opeens in het verre Groningen en moest tijdens de ontgroening flink aanpoten om het hoofd boven water te houden. Uiteindelijk werd hij er niet slechter van, zegt Hans van de Sanden (79) nu: het maakt je weerbaar.

'Na m'n hbs-B wilde ik Duits gaan studeren, ik woonde in Zuid-Limburg, waar iedereen Duits sprak. Ik wilde leraar worden in het middelbaar onderwijs, maar niet naar een lerarenopleiding. Daarom ben ik naar de Rijksuniversiteit Groningen gegaan. Tijdens de ontgroening merkte ik dat ze het raar vonden dat ik Duits ging studeren. Ik moest me constant verdedigen. Als feut, ook nog met een Limburgs accent, had ik het best moeilijk.'

Wiskunde was een optie

Zo moeilijk, dat hij serieus overwoog om toch maar wiskunde te gaan studeren. Die studie was aanvankelijk zijn tweede keuze geweest. 'Ik belde met m'n ouders en stelde voorzichtig voor om te switchen van Duits naar wiskunde. Mijn vader wees het resoluut van de hand: 'Ben je nou helemaal gek geworden? Nee hoor, ik heb al hartstikke veel geld betaald voor je boeken. Je gaat gewoon Duits doen', zei hij.'

Uiteindelijk kwam het goed. Hans vond huisvesting ('een kamertje van 3 bij 2 meter') bij een hospita, vond z'n draai in studentenstad Groningen, leerde razendsnel zijn Limburgse tongval af én ontmoette er zijn huidige echtgenote, die Frans studeerde. Hoewel hij later nog zijn doctoraal behaalde in Utrecht, legde hij in zes jaar studie in Groningen de basis voor wat hij zijn werkzame leven lang met plezier zou volhouden: lesgeven aan scholieren en daarnaast veel energie steken in internationalisering. Het betekende onder meer reizen organiseren voor leerlingen, je onderdompelen in andere culturen en de wereld voor zijn scholieren groter proberen te maken.

Van Limburg naar Groningen

Over die grote wereld gesproken: voor zijn beide kinderen was het min of meer logisch dat ze gingen studeren. En toen kleindochter Marlijn als 18-jarige naar de VS vertrok om daar te studeren, zag Hans met een mix van bewondering en verbazing hoe studerend Nederland is veranderd.

Na mijn hbs-diploma wist ik eigenlijk niks van de wereld. Studiekeuzebegeleiding bestond niet: ik kreeg twee maanden voordat ik examen deed een krantje waarin stond welke opleidingen je kon gaan doen, dat was het. Groningen was voor mij al heel ver weg, vanuit Zuid-Limburg was dat een reis van 4 of 5 uur. Mijn vrouw, die uit Zeeland kwam, was zelfs acht uur onderweg. En als ik nu zie hoe Marlijn dat doet: ze was net 18 toen ze haar beurs in de VS kreeg. We hebben nog geregeld contact en telkens denk ik: wat weet je al veel, wat ben je wijs! Huidige studenten zijn zoveel beter geïnformeerd dan wij op die leeftijd.'

Wat ook veranderd is: voor Hans van de Sanden was het bijzonder dat hij 'mocht' studeren. 'Mijn vader had weliswaar een goede baan bij de mijnen, maar ik was in onze familie de eerste die naar de universiteit ging.' En dan kun je maar beter je best doen, was de impliciete boodschap. 'Bij de introductie Duits werd ons verteld: kijk even goed naast je, want je buurman of buurvrouw haalt het waarschijnlijk niet. Dertig procent zou maar slagen. Daar moest ik wel bij zitten, vond ik.' En dat lukte.

"Je leert in het buitenland zóveel dingen die je in Nederland niet zult beleven. Gá er gewoon voor!" – De vader van Marlijn

voor-opa-hans-was-groningen-al-ver-weg-website-highlight2-1440x1440

Naar de VU in Amsterdam

Voor dochter Cathelijne (52), tegenwoordig huisarts, was het al vanzelfsprekender om te gaan studeren. Nadat ze werd uitgeloot voor haar eerste keuze (geneeskunde) en overwoog zich in te schrijven voor Europese studies ('maar niemand kon me tijdens de voorlichting concreet vertellen wat ik ermee kon worden'), besloot ze een tussenjaar in Frankrijk te gaan doen.

'Nu is dat heel normaal; destijds deed bijna niemand dat.' Het werd een leerzaam avontuur, en daarna kon ze alsnog geneeskunde gaan studeren aan de VU in Amsterdam. 'Van mijn ouders heb ik meegekregen dat het handig is om een vak te leren, dat je iets gaat studeren waar je hart ligt én waarmee je financieel onafhankelijk kunt worden. Daar ben ik ze nu dankbaar voor en dat probeer ik ook aan mijn kinderen door te geven.'

Net als haar vader moest Cathelijne wennen in het begin van haar studie. 'De VU was niet mijn eerste keuze en ik had niks met Amsterdam. Ik was een meisje uit Brabant, heel naïef nog, maar ben wel lid geworden van een studentenvereniging.' Dat hielp, bijvoorbeeld met huisvesting. 'Dat is voor de huidige generatie nog veel lastiger, maar ik ben ook begonnen bij een hospita, op een kamertje zonder telefoon. Dankzij mijn contacten bij de vereniging ben ik in mijn studietijd zeven keer verhuisd. Elke keer vond ik een mooiere of betere kamer.'

Coschappen in Ghana, Zambia en India

Cathelijne leerde tijdens haar studie ook een andere wereld kennen. 'Ik heb coschappen gedaan in Ghana, Zambia en India. Dat was destijds spannender dan nu, denk ik.' Leerzaam was het zeker, maar ook zwaar. 'Ik heb daar veel ellende gezien. Het was mentaal zwaar en ook frustrerend omdat je vaak niet de juiste hulp kon bieden. Ik wist daardoor dat ik geen tropenarts wilde worden en wilde voorkomen dat ik afgestompt zou raken door het zien van te veel ellende.'

Contact met het thuisfront was er wel, maar mondjesmaat. 'Mijn ouders hebben me altijd het gevoel gegeven dat ze vertrouwen in me hadden, die vrijheid heb ik voortdurend gevoeld. Ook dat probeer ik nu zelf door te geven aan mijn kinderen.' Dat is ook nodig, met een dochter die nu voor het tweede jaar in de VS studeert. 'Natuurlijk moest ik ook wel even slikken toen Marlijn vertelde dat ze in de VS wilde blijven. Maar ik zie ook hoe blij ze is en dat ze verstandige keuzes maakt.'

Hockeybeurs in Connecticut

Dat wil niet zeggen dat die keuzes altijd makkelijk zijn. Dochter Marlijn Swaan (19), die vorig jaar na haar vwo-diploma in Nederland naar de VS verkaste en momenteel met een hockeybeurs studeert aan de University of Connecticut, overwoog eerder dit jaar om terug te keren naar Nederland.

Uiteindelijk won het hockeyavontuur het van het 'veilige' Nederland: ze leeft nu als een topsporter in een internationale omgeving. 'In Nederland hockeyde ik bij Laren. Hier zit ik in een team met meisjes uit Duitsland, Spanje, Argentinië, Nederland en de VS. En omdat we in een team met wel 26 meisjes zitten, moet ik vechten voor m'n plek. Dat heb ik in Nederland nooit eerder op die manier meegemaakt.'

Dat is leerzaam en louterend, kreeg ze ook van het thuisfront te horen. 'Ik bel vaak met mijn ouders en bel elke week met opa en oma, heel gezellig. Mijn vader zei, toen ik twijfelde of ik hier zou doorgaan: 'Je leert in de VS zóveel dingen die je in Nederland niet zult beleven. Als je hockey leuk blijft vinden, gá er gewoon voor.' Dat had ik toen even nodig om te horen; nu ben ik blij dat ik ben gebleven.'

Naast haar studie Economics of Sustainable Development & Management ('Je hebt hier veel vrijheid om per semester vakken te kiezen, waardoor ik het niveau prima aankan') traint ze dagelijks. Niet alleen veldtraining, maar ook videobespreking en krachttraining. En dan zijn er op vrijdag en zondag wedstrijden. Marlijn: 'Dat is ook heel anders dan in Nederland. Hier vliegen we soms naar de uitwedstrijden, of we zitten acht uur in de bus.'

 

Sportstudentenleven

Dat is natuurlijk niet alleen maar leuk, maar Marlijn is niet jaloers op haar ouders of grootouders die in een andere tijd studeerden. Ze beseft heel goed dat ze met haar avontuurlijke sportstudentenleven in een bevoorrechte positie verkeert. 'Ik heb hier een full scholarship. Het betekent dat collegegeld en huisvesting volledig voor me worden betaald. Ik weet natuurlijk dat het voor mijn vriendinnen die in Nederland studeren financieel heel anders ligt. Ik heb hier een totaal ander leven, maar ik zou studeren in Nederland óók leuk vinden.'

De reislust heeft Marlijn van haar ouders en grootouders. 'Ik ken de verhalen van opa en oma, dat vind ik heel leuk om te horen en ik weet dat voor hun Groningen al ver weg was. Maar het is nu een andere tijd: vriendinnen van me studeren ook in het buitenland, het is inmiddels bijna het nieuwe normaal geworden.'

Voor wie ook zo'n buitenlands (sport)avontuur overweegt, heeft Marlijn nog wel een tip. 'Je moet wel echt veel van je sport houden. Hoewel ze hier op de universiteit zeggen dat je studie op nummer één staat, is hockey toch het middelpunt van je dag. En voordat je hier aan begint, heb je al een lang traject achter de rug. Ik heb veel dingen uitgezocht, veel met coaches gebeld voor ik de stap waagde.'

Saamhorigheid was groter

Het huidige leven van Marlijn klinkt afwisselend en spannend. Toch kijken Marlijns ouders en grootouders niet met afgunst naar de huidige generatie studenten. Moeder Cathelijne: 'Ik heb onlangs oude fotoboeken uit mijn vaders studietijd gezien. Ik denk dat de saamhorigheid toen groter was dan nu, dat er meer sociale cohesie was. Ik heb een prima studietijd gehad en zou niet willen ruilen met de huidige generatie: er is nu zóveel keuze en huisvesting is zo ingewikkeld, ik denk dat studeren in mijn tijd makkelijker was.'

Dat laatste beaamt vader Hans. 'Ik kreeg een toelage van mijn ouders: ongeveer een vijfde daarvan was ik kwijt aan huisvesting. Ik kon prima leven van mijn toelage. Als je ervan uitgaat dat een Nederlandse studentenkamer nu vaak al 600 of 700 euro per maand kost, dan zie je dat de verhoudingen heel anders liggen.'

Nieuwe werelden

Volgens opa Hans is dit wél hetzelfde gebleven: je studententijd is bij uitstek de tijd om nieuwe werelden te ontdekken. Of je nu terechtkomt in Groningen, Amsterdam, Zambia of de VS: je zult het daar moeten rooien, ook op minder vrolijke momenten. Marlijn ondervindt dat nu ook: 'Natuurlijk mis ik ook mijn familie en vrienden, maar het is tegenwoordig gelukkig ook heel makkelijk om contact te houden.'

Bovendien zul je als student altijd voor lastige keuzes komen te staan, zelfs als dat keuzes uit luxe zijn. Hans: 'Ik ga niet vertellen wat mijn kinderen en kleinkinderen moeten doen, maar praten over je studiekeuze, een beetje feedback geven, en bijvoorbeeld de suggestie doen om alle plussen en minnen van een studie op een rijtje te zetten, dat kan wel helpen. Volgens mij is het belangrijkste: ruimte geven, zodat jongeren hun eigen keuzes kunnen maken.'

Wat dat betreft voelt hij zich een gezegend mens: hij is trots op zijn kinderen en kleinkinderen. 'Omdat ze zijn uitgegroeid tot leuke, betrokken en geïnteresseerde mensen.' Die bovendien studies hebben gekozen waar ze oprecht geïnteresseerd in zijn en waar toekomst in zit. Zelf waren opa en oma wat dat betreft lichtende voorbeelden. Hans: 'We hebben geluk dat we nog heel gezond zijn en veel kunnen reizen. Daarnaast geven wij nog steeds les, maar nu als taalvrijwilliger in de bibliotheek. Dat blijft hartstikke leuk om te doen.'

Ga jij mee op Expeditie Studiekeuze met Studiekeuzelab?

De komende maanden zijn er zes studiekeuze-evenementen door het hele land. Op de beurzen vind je allerlei (onderwijs)instellingen – van mbo tot universiteit – en bedrijven uit allerlei sectoren. Er is een uitgebreid programma met presentaties over het kiezen van een studie, een tussenjaar en studeren in het hoger onderwijs. Daarnaast kun je op ‘speeddate’ met een studiekeuzeadviseur en er zijn themapleinen. Met een persoonlijke plattegrond kun je gericht zoeken naar opleidingen op jouw niveau. Iedereen kan zich gratis (in één minuut) aanmelden.

Placeholder cta

Simpel in je inbox

Studiekeuzelab helpt je een studie kiezen.