Vroeger vs. nu: een opleiding kiezen en het verschil in studiefinanciering

min. lezen
generatieverschillen

Het kiezen van een leuke opleiding gaat net wat anders dan vroeger. Maar was vroeger echt alles beter, zoals (door oudere generaties) vaak gezegd wordt? In deze blog lees je alles over de verschillen tussen vroeger en nu bij het kiezen van een opleiding.

Keuze uit verschillende studies

Deze uitspraak hoor je vast vaker van je ouders, je grootouders of zelfs je oudere broers of zussen: ‘er is nu veel meer keuze’. Het aantal studies waaruit je kan kiezen is de afgelopen decennia enorm toegenomen. Van de ene kant is dat fijn, maar van de andere kant levert dat ook weer extra studiekeuzestress op. Soms zie je door de bomen het bos niet meer. 

Als je het hebt over studiekeuze, beroepskeuze en studiekeuzestress zijn dus er zeker een aantal generatieverschillen. Maar heus niet alles was vroeger beter, hoor. 

Zo is het nu veel makkelijker om een studie in het buitenland te doen dan vroeger. Vooral in de EU-landen kan je zo aan een opleiding beginnen. Daarnaast zijn veel opleidingen in zowel Nederland als het buitenland tegenwoordig in het Engels. Als je die taal goed beheerst, ligt de wereld aan je voeten.

Studiefinanciering: de gouden jaren

En dan is er natuurlijk nog de studiefinanciering. Vooral in de afgelopen jaren is er veel veranderd. De generatieverschillen tussen studenten hebben dan ook vooral te maken met de verschillen in studiefinanciering. Sommige generaties hadden het beter dan andere, maar je zou kunnen zeggen dat de ‘gouden jaren’ vanaf 1986 begonnen. 

In dat jaar werd namelijk de basisbeurs ingevoerd. Voor thuiswonende studenten was dat bijna 300 gulden per maand en voor uitwonende studenten zo'n 600 gulden. Omgerekend naar nu is dat ongeveer 240 euro en 475 euro. Dit bedrag kreeg iedereen, zonder te kijken naar het inkomen van de ouders.

Van basisbeurs naar prestatiebeurs, naar leenstelsel

Vanaf 1991 werd de basisbeurs steeds een beetje lager, waardoor het voor studenten steeds normaler werd om bij te gaan lenen of een bijbaantje te zoeken. Uiteindelijk werd de basisbeurs omgezet in een prestatiebeurs. Het belangrijkste verschil? Je moest je diploma halen, anders moest je alles terugbetalen. In de jaren negentig kwam er ook nog een andere belangrijke verandering: de ov-jaarkaart. Hiermee mocht je gratis reizen. 

De ov-studentenkaart bestaat nu nog steeds, maar nu moeten studenten kiezen tussen gratis reizen in weekenden of op weekdagen. En uiteindelijk kwam in 2015 het nieuwe systeem: het leenstelsel. 

Sindsdien zou je kunnen zeggen dat de ‘gouden jaren’ van studenten grotendeels voorbij zijn. Voortaan is je hele stufi een lening, waarbij je ook nog een aanvullende beurs kan afsluiten. Bedenk wel dat je dit gehele bedrag moet terugbetalen. Je ov-kaart hoef je niet terug te betalen wanneer je binnen 10 jaar afstudeert.

Was vroeger écht alles beter?

Door het leenstelsel is de gemiddelde studieschuld voor studenten erg omhoog gegaan. Het gemiddelde schommelt nu rond de 13.000 euro. Dat is veel geld, maar gelukkig heb je wel heel lang de tijd om dit bedrag af te lossen, 35 jaar om precies te zijn. Ook staat de rente momenteel op 0 procent, zodat het bedrag dat je terug moet betalen in ieder geval niet hoger wordt.

Voor de toekomst is het nog even koffiedik kijken. Steeds vaker hoor je dat mensen het leenstelsel willen veranderen of zelfs helemaal willen afschaffen. Dan kan je teruggaan naar de basisbeurs, waardoor studenten niet meer met een enorme studieschuld afstuderen. Maar het zal nog wel even duren voordat dit zover is.

Dan blijft één vraag hangen: was vroeger écht alles beter?

Placeholder cta

Simpel in je inbox

Studiekeuzelab helpt je een studie kiezen.